Als kind speelde ik graag in de grote ruimte van mijn verbeelding, en dat is nooit gestopt. Ik studeerde af als architect in St-Lucas/Brussel in 1980, en startte met mijn partner het bureau Kennes+Elegeert.
Het was intrigerend om te ontdekken hoe ruimte werkt. We liepen rond in gebouwen die nog niet bestonden, we nodigden mensen uit in hun onzichtbare huizen, we maakten gedetailleerde opmetingen van gebouwen die niemand zag staan.
Maar eens de ruimte bestond bleek er zoveel onmeetbaar te zijn. Het begon op een dag, toen een boom met zijn schaduwtakken de nieuwe voorgevel innam. Het huis was niet meer te meten, hoe je ook probeerde. Voor je de meetstok geplaatst had, was de boom alweer verschoven.
Jaar na jaar zocht ik naar manieren om de ruimte te verstaan. Ik begon op het vensterglas de exacte plaats aan te duiden waar een vogel en een vliegtuiglijn elkaar passeerden, terwijl alles oploste en ieder zijn weg ging.
Ik liep over het strand met mijn vulpen, en tekende deuren en ramen op lege witte schelpen van strandgapers, en gooide hun oude huizen terug in zee.
Intussen heb ik een hele verzameling van talige en andere opmetingen van plekken en plaatsen. Ze blijken diep en wijd en vol met tijd te zitten.
Wat ik probeer te doen is mijn architectuur-expertise inzetten om anders naar de ruimte ons te kijken. Om dagelijks te blijven staan, en oplettend te kijken naar dat grote beweeglijke complex waarin we leven, dat ons aanspreekt op onze verantwoordelijkheid.
In de loop van de jaren kwam er erkenning, er waren prijzen, publicaties, tentoonstellingen, mentorships, maar wat ik me vooral herinner waren de gesprekken met allerlei kunstenaars en passanten tijdens de projecten (zie volgende pagina) .
Mijn fascinatie voor ruimte blijft dag na dag, plek na plek verder evolueren. Ter plaatse. En plein air.
En de vraag die we ons stellen als we een plaats opmeten:
'wat is hier te winnen?'
kan ik na al die jaren enkel beantwoorden met:
'respect.'